Traumaprotocol

AC-Luxaties bij volwassenen

 

Diagnostiek bijzonderheden: Uitvoering en toelichting:

Val op schouder waarbij directe kracht boven op het acromion inwerkt. Als dan geen fractuur optreedt ontstaat een distorsie van het AC-gewricht met rupturen van de bandstructuren en aangehechte spieren.

Classificatie:

De indeling volgens Tossy (et al 1963) met uitbreiding volgens Rockwood (et al 1984). 

Type I :   Verrekking acromio-claviculaire ligament,
               coraco-claviculaire
gewricht intact. Geen verplaatsing.

Type II : Ruptuur acromio-claviculaire ligament.
               Verrekking
coraco-claviculaire ligament.
               Subluxatie naar boven van 0.5
tot 1.0 cm.

Type III : Ruptuur acromio-claviculaire ligament. Ruptuur
              coraco-claviculaire ligament. Luxatie naar boven van 1.5
              tot 2.5 cm. Duidelijk pianotoetsfenomeen.

Type IV : Ruptuur acromio-claviculaire ligament. Ruptuur
              coraco-claviculaire ligament. Dorsale luxatie clavicula
              die kan blijven steken in m. trapezius. Veel pijn!

Type V : Beide ligamenten gescheurd. Afscheuring aanhechtingen
             m. trapezius en/of m. deltoïdeus. Luxatie naar boven van
             meer dan 2.5 cm.

Type VI : Beide ligamenten gescheurd. Afscheuring van de
               spieren.
Luxatie naar beneden tot posterior van de
               pezen van de
m. coracobrachialis. Zeldzaam!

Klinisch beeld:

Pijn, zwelling, pianotoetsfenomeen, zichtbare deformiteit schouder, heffen arm boven de 90? zeer pijnlijk. 

Radiologie:

Bij voorkeur vergelijkende opnames (rechts en links). Schouders naar achteren.

géén indicatie meer voor rontgenfoto's met belasting

aclux1

 

aclux4aclux5aclux6
Behandeling:  

Type I :conservatief.
 
 

Type II :conservatief.

Type IV t/m VI : operatief.

Type III :overleg met chirurg,

de therapie van de type III AC-luxaties is controversieel. Zowel chirurgische als conservatieve therapie geven vergelijkbaar goede resultaten, ongeacht welke chirurgische therapie gekozen wordt. 


Oudere en weinig actieve personen kunnen in het algemeen conservatief behandeld worden met goede resultaten.jongere en actieve personen (sport, zwaar werk) komen in het algemeen beter uit met een operatieve behandeling.

Ook zeer magere personen met dislocatie komen voor operatieve behandeling in aanmerking.

- sling, eventueel icepack en paracetamol.
- snel schouder zonder belasting mobiliseren.
- op geleide van de pijn de activiteiten uitbreiden. 

- sling of mitella 2 tot 3 weken.
- schouder onbelast mobiliseren.
- na ongeveer 6 weken kan de schouder weer voor 100% gebruikt
     worden.
 
 
 
 
 
 
 

Operatietechniek:

Er zijn vele operatiemethoden die een vergelijkbaar goed resultaat opleveren. Hier een voorbeeld van een Zuggurtung.

aclux2aclux3

Nabehandeling:  

oefenen tot 90° abductie 5 weken
daarna verwijderen o.s.m.

gevaar op draadbreuk bij verdere mobilisatie door rotatie in AC gewricht
U bevindt zich hier: Home Bovenste extremiteit AC-Luxaties bij volwassenen