Traumaprotocol

Radiuskop fractuur

Diagnostiek bijzonderheden: Uitvoering en toelichting:

Meestal t.g.v. val op de gestrekte arm
Symptomen: pijn + zwelling laterale zijde elleboog
Xft.: 2 richtingen

Bij sterke klinische verdenking (en fatpadsign) CT

 

fatpadsign

 indeling volgens Mason:

Mason I longitudinale fissuur (Meisselfractuur) en marginale fractuur zonder dislocatie.

Mason II marginale fractuur met dislocatie

Mason III commutatieve fractuur.


Op deze opnamen geen fractuur zichtbaar, wel fatpad sign

dan is een ¾ opname nuttig

elleb2

soms is een ¾ opname nog niet conclusief, dan is een CT nodig:

ctelleboog


radiuskopje1
gedisloceerd radiuskopje voor - na repositie

Behandeling:  

1. Radiuskopfractuur

A – Fractuur van de rand :Mason I (géén dislocatie)

Conservatief: mitella of sling

  
B – Beitelfractuur Mason I (groter fragment/ lengtefractuur)

meestal Operatief: (bij dyslocatie als méér dan 1/3
van het oppervlak is afgebroken)

indien geen dyslocatie: mitella of sling








C – Comminutieve fractuur MasonIII

- vaak Conservatief: gipsspalk, controle 1 week

- soms Operatief:
- als ’t conservatief niet lukt
- soms direct resectie kopje
(eventueel + prothese)
D – A, B en C in combinatie met elleboogluxatie


2. Radiushalsfractuur

zelden bij volwassenen
Conservatief:
zonder dislocatie: mitella of sling, bij veel pijn BAGS
(repositie +) bovenarmsgips contr. 1 week
1 week drukverband daarna functioneel

Operatief:
als conservatief niet lukt
(b.v. ten gevolge van interpositie weke delen)

Er bestaan wel degelijk indicaties voor operatieve behandeling van type Mason II met dislocatie en meer dan 30% van het gewrichtsvlak (mini AO). Er zijn vrijwel geen indicaties voor primaire radiuskop extirpatie bij type II fracturen. Afhankelijk van het verloop hiertoe na 3 à 6 weken besluiten.

Bij type III fracturen met dislocatie en bij afwezigheid van begeleidende letsels is resectie wel aangewezen.

Bij complexe letsels, d.w.z. met begeleidend ulnair bandletsel of fractuur kan radiuskop excisie of conservatieve behandeling leiden tot radio-humerale (sub)luxatie of late radio-ulnaire instabiliteit. Bij deze letsels dient te worden gekozen voor reconstructie of tijdelijke fixatie van de proximale radius, zonodig gecombineerd met tijdelijke immobilisatie van de ulna (fixateur externe).




soms haemarthrospunctie (geeft pijnverlichting)
7-10 dagen erna oefenen

Vaak is 1 schroefje voldoende


radiusbeitel


radiuskop2

radiushals

remodeling bij kinderfracturen

Behandeling kinderen  

Vnl. Radiushalsfracturen
is bijna altijd: Salter I of II fractuur

Conservatief:
- afhankelijk van leeftijd en dislocatie
- eventueel reponeren
- drukverband of gipsspalk in 90° flexie 1 week
(Bij veel pijn maximaal totaal 3 weken gips, dan gips af + functioneel)
- eventueel functioneel
Operatief:
- als conservatief niet lukt
- té veel dislocatie >45-60° of verplaatsing > 50%



Controleschema p.k.

Gipscontrole
± 1 week p.k.

tot 10 jaar < 45-60° en verschuiving < 50% accepteren
>10 jaar 20° accepteren
radiuskopje2
repositie met K draad

Bovenarmgipsspalk in 90° flexie in de elleboog + mitella

mitella

evt. circulair gips óf functioneel behandelen

U bevindt zich hier: Home Bovenste extremiteit Radiuskop fractuur