Traumaprotocol

Brandwonden

 Telefoonnummers brandwondencentra

BWC Beverwijk:                  (0251) 265220
BWC Groningen:                 (050) 5245245
BWC Rotterdam:                 (010) 2903000

Diagnostiek bijzonderheden: Uitvoering en toelichting:

Primary survey en eerste hulp:
Volgens richtlijnen ATLS/EMSB

Airway management & cervical spine control
Cave inhalatietrauma bij brand in afgesloten ruimte, symptomen o.a.: verbrande haren in het gelaat, roet/oedeem in oropharynx, heesheid, stridor.
Patient rechtop laten zitten.
Bij stridor of EMV <8 intuberen.
Breathing & ventilation
ABGA bij inhalatietrauma, cave CO-intoxicatie (COHb).
Normaalwaarden COHb: niet-rokers 0.5-1.5%, rokers <5%, zware rokers <10%
Altijd 15L 100% O2 NR mask.
Overweeg escharotomie bij circulaire thorax 3e graads verbranding.
Ciculation & hemorrhage control
Venflon in niet-verbrande huid. Zo nodig botnaald.
Brandwonden veroorzaken over het algemeen geen hypotensie.
Overweeg in- of uitwendig bloedverlies bij tekenen van shock.       Disability & Pupils
Cave CO intoxicatie.
Zo nodig CT cerebrum bij coma.
Exposure & estimate
Koelen.
Bepaling diepte brandwond en berekening TVLO. één zijde hand met aaneengesloten vingers is 1%
of regel van 9 zie figuur 1
Fluid resuscitation
Volwassenen: >15% TVLO, kinderen >10% TVLO.
4ml/kg/%TVLO/24hr NaCI0.9%.
Idem voor kinderen + onderhoud glucose/zout: 100ml/kg/<10kg+50ml/kg/10-20kg+20ml/kg>kg
Helft 1e 8 uur (vanaf ongeval), andere helft in de 16 uur daarna.
Get lab & give medication
Vitale functies, catheters en rontgenfoto’s.
Pijnstilling, tetanusprofylaxe.
History & AMPLE (allergies, medication, past history, last meal, exposure).

Gebruikte afkortingen:

  • ABGA: arteriële bloedgasanalyse
  • ATLS: advanced trauma life support
  • COHb: koolmonoxide-verzadiging van hemoglobine
  • CO-intoxicatie: koolmonoxide-intoxicatie
  • EMSB: emergency management of severe burns
  • NR-masker: non-rebreathing masker
  • TVLO: totaal verbrand lichaamsoppervlak

 

 

De pinprick test wordt afgeraden; voor beoordeling van de diepte hoeft de sensibiliteit niet te worden getest. Dit wordt gedaan door middel van de capillary refill. 

 

 

 

 

 

 

Een brandwond is een necrose van de huid, gedeeltelijk of volledig, veroorzaakt door inwerking van warmte, elektriciteit, bevriezing of chemische stoffen.

Brandwonden worden onderverdeeld naar de diepte van de wond:

Graad I
Hierbij is de epidermis aangedaan, maar is de onderste laag cellen nog intact. Een eerste graads brandwond is rood en pijnlijk. 

Graad II
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen oppervlakkige tweede graads brandwonden en diepe tweede graads brandwonden. Bij oppervlakkige tweede graads brandwonden, bestaan er nog papillen van de epidermis, waaruit later huid kan regenereren. Verschijnselen zijn blaarvorming. Hoe dieper de brandwond hoe minder pijnlijk de wond kan zijn, omdat ook zenuwen die de pijnprikkels moeten doorgeven verbrand kunnen zijn. 

Graad III
Hierbij is de volledige epidermis en dermis verloren gegaan en kan ook een gedeelte van de subcutis zijn aangedaan. De huid is grauw wit gekookt of zwart verkoold. Er is een afwezigheid van sensibiliteit bij een pijnprik test. Tevens vindt er geen capillaire refill meer plaats omdat ook de kleine capillairen zijn verbrand. Genezing gaat altijd gepaard met littekenvorming. 

Graad IV
behalve de huid ook verbranding van spieren, zenuwen, pezen en vaten

 

1e en 2e graads brandwonden laten geen littekens na.

Aan de huid en blaren voelen of de epidermis schuift. Nb een steekvlamverbranding is ook wit, maar oppervlakkig. Verschil met diepe brandwonden is soepelheid.

Werk zo schoon mogelijk, dus met steriele handschoenen. 

De pinprick test wordt niet meer gebruikt. Het testen van de sensibiliteit is niet nodig omdat de capillary refill een meer betrouwbare indicatie geeft over de diepte van de brandwond. Het testen van de sensibiliteit dmv naalden geeft diepe wondjes die slecht herstellen.

 

brand1
III e graads

 

brand2
IV e graads

Behandeling:

 

Eerste opvang zie boven

Pijnbestrijding

  • Bij brandwonden < 10% TVLO bij kinderen en < 15% TVLO bij volwassenen kan volstaan worden met oraal paracetamol, NSAID's of opiaten intramusculair.
  • Bij patiënten met grotere brandwonden dienen opiaten intraveneus getitreerd te worden. Intramusculair gegeven opiaten worden bij dergelijk grote brandwonden niet betrouwbaar systemisch opgenomen.start 0,1 mg / kg, zonodig ophogen 

Koelen:

  • 10 minuten koelen met lauwwarm stromend water (25ºC). Voorkom hypothermie.
  • Verwijder kleding en sieraden.
  • Als de patient zelf al 10 minuten gekoeld heeft, dan is verdere koeling op de SEH niet perse nodig. Koelen mag langer: CAVE onderkoeling.
  • Alsnog koelen kan zinvol zijn tot 3 uur na de verbranding.
  • Bij chemische brandwonden minimaal 45 minuten tot 1 uur spoelen.
  • Verwijder droog poeder van de huid, voor het spoelen.
  • Bij chemisch oogletsel minimaal 45 minuten spoelen met de oogdouche.
  • Burnshield alleen gebruiken als nog niet 10 minuten gekoeld is en er geen mogelijkheid is tot koeling met douche of kraan. Burnshield niet laten zitten, ook niet bij overplaatsing.

Verwijder alle kleding en sieraden

  • Houdt de patiënt warm (omgevingstemperatuur, cave onderkoeling)
  • Bepaal Totaal Verbrand Lichaams Oppervlak (TVLO)
  • Monitor adequate resuscitatie: ECG, pols, tensie, ademhaling,pulse-oximeter of zonodig arteriële bloedgas
  • Blaascatheter ( diurese volwassen: ½ ml / kg / uur; kinderen:1 ml / kg / uur) (onvoldoende diurese – extra vochttoediening)
  • Cave heamoglobinurie / myoglobinurie (diurese verhogen, urine alkaliseren, mannitol)
  • Maagsonde bij TVLO > 20 % (volwassenen), of > 10 % (kinderen) i.v.m. achteruitgang darmwerking
  • Op indicatie X – CWK, X – Thorax (evt. na 30 min herhalen),X – Bekken
zorg voor twee goed lopende infusen, zo nodig venasectie.
bij kinderen evt botschroef
    • Infuus: 4 ml x %TVLO (2e en 3e graads)  x lichaamsgewicht (kg) de eerste24 uur, waarvan de helft in de eerste 8 uur
    • Berekende hoeveelheid vocht geldt vanaf moment ongeval.
    • Bij kinderen tot 10 kg: 4cc / kg / uur

Zorg voor Urineproductie:

  • Volwassenen 0.5ml/kg/uur
  • Kinderen (<30kg) 1ml/kg/uur.  

 

primair geen antibiotica of corticosteroïden

Wondbehandeling

 

Type wond

Blaarbehandeling

Wondbehandeling

Controle

1e graads (telt niet mee voor TVLO)

-

Hydraterende creme (bijvoorbeeld Calendulan-zalf VSM, aftersun)

laten geen littekens na

Geen. Bij ontstaan blaren regelt patient zelf controle na 24 uur

Oppervlakkig 2e graads, blaar intact

Blaar puncteren 2 zijden

Vet gaas

laten geen littekens na

Na 24 uur

Oppervlakkig tot diepe 2e graads, kapotte blaar 2-10% TVLO

Blaar verwijderen

Flammazine of Aquacel (iom wondpoli)

Na 24 uur

Diepe 2e – 3e graads, doorsnede maximaal 2cm

Blaren verwijderen

Flammazine

Na 24 uur

Diepe 2e – 3e graads, >2cm

Blaren verwijderen

Iom plastische chirurg

Na 24 uur

 

Brandwonden in het gelaat:

(advies brandwondencentrum Groningen)

Flammacerium loopt minder uit dan Flammazine.
Flammacerium 2 dagen gebruiken.
Niet verbinden.
Elke dag goed afspoelen/douchen.
Er vormt zich een bruine laag, die de wond afdekt en pijnstillend werkt. Deze laten zitten bij spoelen.
Korst valt er tussen 5-15 dagen vanzelf af.

(advies brandwondencentrum Beverwijk)

Flammazine  afwisselen met Betadine*** (open of onder verband)Aquacel

Zo nodig overplaatsing naar brandwondencentrum

criteria zie hier onder

 

Criteria voor verwijzing naar een brandwondencentrum

  • Brandwonden > 10% van het lichaamsoppervlak
  • Brandwonden > 5% van het lichaamsoppervlak bij kinderen 
  • Derdegraads brandwonden > 5% van het lichaamsoppervlak 
  • Brandwonden over functionele gebieden (gelaat, handen, genitalia, gewrichten) 
  • Circulaire brandwonden aan hals, thorax en ledematen 
  • Brandwonden gecombineerd met een inhalatietrauma of ander begeleidend letsel 
  • Brandwonden t.g.v. elektriciteit 
  • Chemische verbrandingen 
  • Brandwonden bij slachtoffers met een preëxistente ziekte 
  • Brandwonden bij kinderen en bejaarden 
  • Bij twijfel aan de vermelde ongevalstoedracht
 
Bij overplaatsing moeten de volgende maatregelen getroffen worden:  

Overplaatsingsformulier printen

  • waarborgen ademhaling: vrije luchtweg en zuurstoftoediening 
  • circulatie stabiliseren: intraveneuze toegangen en vochttoediening 
  • controle op urineproductie: blaaskatheter 
  • pijnstilling: intraveneuze toediening 
  • wonden steriel afdekken: steriele doek, hydrogel kompres 
  • controle maagdarmkanaal: maagsonde bij uitgebreide verbranding 
  • tetanusprofylaxe: conform landelijk protocol 
  • overleg met brandwondencentrum: wijze van transport, tijdstip vertrek 
  • eerste opvang gedocumenteerd: documentatie meesturen 
  • Bij verbranding aan nek, hals en hoofd moet het slachtoffer zittend vervoerd worden.
OVERPLAATSINGSFORMULIER uitprinten klik hier!
BWC Beverwijk:                  (0251) 265220
BWC Groningen:                 (050) 5245245
BWC Rotterdam:                 (010) 2903000
Branwondencentra stellen erg prijs op foto's per Whatsapp 

Bereken TVLO:TVLO: totaal verbrand lichaamsoppervlak = totaal oppervlak van 2e en 3e graads verbranding. Handpalm + vingers van patient van 1 zijde = 1%.

Regel van Negen:

Volwassene:
Hoofd               9%
Thorax voor       18%
Thorax achter    18%
Arm                  9%
Been                18%
Perineum          1%

Kind:
Hoofd               18% per jaar ouder dan 1jaar: -1%
Thorax voor       18%
Thorax achter    18%
Arm                  9%
Been                14% per jaar ouder dan 1jaar +0.5% per been.
Perineum          1%Nb. Bij verbranding perineum zo snel mogelijk een CAD.

brand5

  brand4

Specifieke Brandwonden

Inhalatie trauma  
  • Direct thermisch letsel aan luchtwegen, met oedeem en obstructie
  • Inhalatie van rook(deeltjes) of toxische gassen
  • Koolmonoxide vergiftiging
vroegtijdig intuberen !!
 

Altijd aan koolmonoxide vergiftiging denken bij patienten die brandwonden oplopen in afgesloten ruimten.

Patienten met een CO gehalte van minder dan 20% hebben geen symptomen. Hogere CO waarden kunnen leiden tot hoofdpijn en misselijkheid(20-30%), verwardheid (30-40%) , coma (40-60%) en dood (>60%)

CO bindt zich 240 keer sterker aan haemoglobine dan zuurstof. Het verdringt het zuurstof van het haemoglobine en verschuift de oxihaemoglobinedissociatiecurve naar links. De halfwaarde tijd is 4 uur indien patient buitenlucht inademd en 40 minuten bij inademen van 100% zuurstof. Daarom moeten patienten verdacht van koolmonoxidevergiftiging 15 liter O2 krijgen op een non-rebreathingmasker.

arterieel bloedgas bepalen

carboxyhaemoglobine bepalen

overplaatsingscriterium !

Circulaire verbrandingen:

 

Overweeg escharotomie en verwijzing brandwondencentrum. 

 

Chemische verbrandingen:

 
  • Verwijder droog poeder van de huid voor het spoelen.
  • Daarna constant spoelen met water, minimaal 45 minuten tot een uur.
  • Schatting van de diepte is niet mogelijk.
 

Altijd overleg met brandwondencentrum. Bescherm jezelf!.

Elektrische verbrandingen:

 
  • Vaak geassocieerd trauma: zowel door val als door spierspasmen.
  • Door spierschade is de vloeistofbehoefte hoger.
  • Altijd ECG; soms pijn op de borst en dyspnoe zonder ECG afwijkingen.
  • Cardiorespiratoir arrest: langdurige reanimatie nodig.
  • Hemochromaturi monitoring: kans op nierschade; altijd CAD en urineproductie 75-100ml/u.
 

Altijd overleg met brandwondencentrum.

Brandwonden bij kinderen:

 
  • Significante verschillen tussen kinderen en volwassenen:
  • Lichaamsgrootte en verhouding.
  • Dunnere huid. Water van 60ºC geeft bij een baby <1 seconden een 3e graads brandwond. Bij een volwassen >20 seconden.
  • Wat er uitziet als een 2e graads brandwond kan een 3e graads zijn.
  • Sneller luchtwegobstructie, ook bij verbranding hals.
  • Kans op hypoglycaemie, overvulling en verdunnings-hyponatriemie
  • Eerder thorax-escharotomie noodzakelijk, oa bij verbranding abdomen.
 

laagdrempelig overleg met brandwondencentrum.

Verdenking kindermishandeling bij:

 
  • Late presentatie.
  • Vage en varierende anamnese van diverse ooggetuigen.
  • Anamnese komt niet overeen met verbrandingspatroon.
  • Overig trauma, oude contusies of fracturen.
  • Bepaalde patronen: cigarette-marks of shoes and socks (heet waterbad).
  overleg met kinderarts en brandwondencentrum

  

U bevindt zich hier: Home brandwonden